• Sjaak de Koning: Erelid van WVC

    2 jan 2019
  • Sjaak de Koning: ´´Het waren soms roerige tijden, maar ik heb het altijd prima naar mijn zin gehad'


    Sjaak de Koning werd eerder deze maand verkozen tot erelid van onze vereniging. Een bijzondere titel binnen de club. Hoe vindt u het dat u verkozen bent tot erelid van onze club?

    Sjaak: ‘’Dat ik erelid ben geworden vind ik toch wel een eer. In principe ben ik niet zo van het op een voetstuk plaatsen van wie dan ook. Toch deed het me meer dan ik had verwacht.’’

    Mooi om te horen. Hoe lang bent u eigenlijk al betrokken bij de club en hoe omschrijft u die tijd?
    ‘’Ik ben in 1958 begonnen met voetballen toen nog bij Weteringse Boys. Dit heb ik zo’n 35 jaar gedaan totdat ik ermee stopte in 1994. In de tussentijd ben ik ook jeugdleider geweest en tien jaar lang jeugdvoorzitter. Ook heb ik een paar periodes in het hoofdbestuur gezeten. Daarnaast heb ik in de bouwcommissies gezeten en heb ik me altijd bezig gehouden met het onderhoud en hry installatiewerk bij de nieuwbouw. Het waren soms roerige tijden, maar ik heb het altijd prima naar mij zin gehad.’’

    En wat is op dit moment uw functie bij de club?
    ‘’Op dit moment ben ik hoofd onderhoud. Dit betekent dat ik al het onderhoud aan accommodatie en velden organiseer. We doen dit met een relatieve kleine groep, ondanks dat er veel te doen is.’’

    Dan even over iets anders, wat is uw mening over de recente ontwikkelingen wat betreft het onderzoek naar samenwerking met DOSR?
    ‘’Wat betreft het onderzoek naar evt. samenwerking of een fusie met DOSR was ik geen voorstander en eigenlijk nog niet echt. Alleen denk ik er nu wat genuanceerder over, eigenlijk sinds de spiegelavond. Tijdens die avond bleek dat 80 tot 90 % wel voor samenwerking was. Samen met het feit dat jeugdspelers heel makkelijk naar de buren gaan is mijn mening toch enigszins beïnvloed.’’

    Ten slotte, wat verwacht u van de toekomstige ontwikkelingen wat betreft de accommodatie van de club?
    ‘’De toekomstige ontwikkelingen van onze accommodatie blijft nog onzeker. De gemeente heeft wel plannen (brede school, nieuw zwembad, evt. een nieuwe Sporthal), maar er is weinig geld. Daar komt bij dat het college en ook de gemeenteraad niet bepaald sport-minded zijn. Ik ben van mening dat na een eventuele fusie ons complex (kleedkamers, kantine) het meest geschikt is om mee verder te gaan. Het bevat namelijk meer kleedgelegenheid en geen achterstallig onderhoud.’’